Normen & keuring

KBVB-verlichtingsnormen: hoeveel lux heeft jouw voetbalclub nodig?

Hoeveel lux moet jouw voetbalveld halen voor een officiële avondwedstrijd? Hieronder vind je de vereiste lichtsterkte per categorie, de overgangsregels bij promotie en de voorwaarden voor lichtverdeling en keuring.

Door EcoSports6 min leestijdBijgewerkt op 3 november 2026

Nagekeken door een EcoSports business consultant op 3 november 2026.

Verlichte voetbalvelden bij K. Brecht SK

Het korte antwoord

Voor provinciaal en recreatief 11-tegen-11 is minimaal 80 lux gemiddeld vereist. Voor de eerste ploegen in 3e, 2e en 1e afdeling VV is dat respectievelijk 130, 200 en 300 lux, met lagere overgangswaarden in het eerste seizoen. Bovendien mag geen plek op het veld onder 75% van het voorgeschreven gemiddelde zitten.

Hoeveel lux is verplicht per categorie?

Deze tabel geeft de minimale gemiddelde verlichtingssterkte voor officiële avondwedstrijden volgens artikel B6.33 van het KBVB-bondsreglement. Zoek de categorie van de ploeg én de wedstrijdvorm op: jeugd, reserves en eerste ploegen vallen niet automatisch onder dezelfde eis. De overgangswaarden gelden uitsluitend binnen de vermelde termijn.

Luxnormen per categorie — KBVB, Boek B, artikel B6.33; geraadpleegd op 3 november 2026.
Categorie / wedstrijdMinimum gemiddeldOvergang of toepassing
Provinciaal en recreatief voetbal, 11-tegen-11 80 lux Voor wedstrijden met elf spelers per ploeg.
3e afdeling VV, eerste ploeg 130 lux Eerste seizoen: 80 lux. Vanaf het tweede opeenvolgende seizoen: 130 lux.
2e afdeling VV, eerste ploeg 200 lux Eerste seizoen: 130 lux. Vanaf het tweede opeenvolgende seizoen: 200 lux.
1e afdeling VV, eerste ploeg 300 lux Eerste seizoen: 200 lux. Vanaf het tweede opeenvolgende seizoen: 300 lux.
1e nationale vrouwen en interprovinciaal vrouwenvoetbal 100 lux Eerste seizoen: 80 lux. Vanaf het tweede opeenvolgende seizoen: 100 lux.
Super League vrouwen 300 lux Norm voor officiële avondwedstrijden. Boek P vermeldt ook 300 lux bij tv-uitzendingen.
Beloften en reserves van profclubs 200 lux Categorie beloften en reserves uit artikel B6.33.
Profvoetbal 1A en 1B, eerste ploeg 800 lux In 1A wordt dit 1.200 lux bij de licentieaanvraag na twee opeenvolgende seizoenen in 1A.
1e afdeling FFA, eerste ploeg 300 lux Eerste seizoen: 200 lux. Vanaf het tweede seizoen: 300 lux, bij aanvraag om avondwedstrijden te spelen.
2e en 3e afdeling FFA, eerste ploeg 100 lux Overgangswaarde: 80 lux. De eis van 100 lux geldt vanaf het derde opeenvolgende seizoen in de afdeling.
Hogere afdelingen, overige wedstrijden 11-tegen-11 80 lux Voor de overige wedstrijden die niet onder een aparte categorie hierboven vallen.
Wedstrijden met minder dan elf spelers per ploeg 60 lux Voor niet-11-tegen-11 in alle afdelingen.

Promotie: wanneer moet je het hogere luxniveau halen?

Voor 1e, 2e en 3e afdeling VV geldt de volledige norm vanaf het begin van het tweede opeenvolgende seizoen in die afdeling. Een club die voor het eerst in 3e afdeling VV speelt, kan dus in de overgangsfase met 80 lux starten, maar moet bij de start van haar tweede opeenvolgende seizoen 130 lux halen. Voor 2e afdeling VV is dat 130 naar 200 lux; voor 1e afdeling VV 200 naar 300 lux.

Dezelfde termijn geldt voor 1e nationale vrouwen en interprovinciaal vrouwenvoetbal: van 80 naar 100 lux. Bij FFA gelden andere termijnen, zoals in de tabel vermeld. Gebruik een overgangswaarde daarom niet als blijvend ontwerpniveau.

Voor profvoetbal zijn ook de licentievoorwaarden in Boek P van belang. In 1B moet de installatie uiterlijk op de laatste dag van het voorafgaande seizoen 800 lux halen. Voor 1A is de basis 800 lux; na twee opeenvolgende seizoenen in 1A geldt bij de volgende licentieaanvraag 1.200 lux.

De 75%-regel: ook de donkerste plek telt

Volgens artikel B6.33 mag de verlichtingssterkte nergens op het terrein lager zijn dan 75% van het voorgeschreven gemiddelde. Bij een norm van 80 lux betekent dit minstens 60 lux op elke plek. Bij een norm van 200 lux is dat minstens 150 lux. Die grens wordt berekend op de voorgeschreven norm, niet op het toevallig gemeten veldgemiddelde.

Een goed gemiddelde alleen volstaat dus niet: een helder middenveld compenseert geen te donkere doelzone. Vraag in de lichtstudie zowel het gemiddelde als de laagste waarden en de lichtverdeling op. Laat na de installatie het resultaat op het terrein meten volgens het protocol van de bevoegde bondsinstantie.

Wattages of aantallen armaturen zeggen op zichzelf niet hoeveel lux je haalt. Mastposities, hoogte, optiek en afstelling bepalen mee hoeveel licht waar terechtkomt.

Beker van België: wanneer gelden extra eisen?

Bij een bekerwedstrijd kan de eigen competitienorm onvoldoende zijn. Artikel B6.34 bepaalt dat een bezoekende club uit 1e afdeling VV of FFA bij een club uit 2e, 3e of een provinciale afdeling de lichtnorm van haar eigen afdeling en vleugel mag eisen. Voldoet het terrein daar niet aan, dan wordt op een geschikt ander terrein of bij daglicht gespeeld.

Voor een amateurclub die in de 1/16e of 1/8e finales van de Beker van België voor heren thuis tegen een profclub speelt, vermeldt artikel B7.55 minstens 300 lux gemiddeld. Ook de andere stadionvoorwaarden en de toestemming van de lokale autoriteiten moeten vervuld zijn; 300 lux alleen geeft dus geen automatisch recht op een thuiswedstrijd.

Voor rechtstreekse televisie-uitzendingen in die bekercompetitie vermeldt artikel B7.74 een minimale en uniforme verlichting van 300 lux tot en met de 1/8e finales en 800 lux vanaf de kwartfinales. Bespreek bekerambities daarom al bij de lichtstudie, samen met de voeding, masten en uitbreidbaarheid van de installatie.

Wanneer moet je de verlichting laten keuren?

Nieuwe of gewijzigde terreinverlichting moet vóór gebruik voor avondwedstrijden worden gekeurd door de bevoegde bondsinstantie. Artikel B6.40 schrijft vervolgens een hernieuwing om de drie jaar voor, uiterlijk op 31 december van het derde jaar na de vorige validering. Voor terreinen waarvoor 60 lux volstaat, gebeurt de lichtkeuring op initiatief van de bond.

Voor Vlaamse clubs verloopt de keuring volgens artikel B6.37 via het departement Veiligheid van de KBVB voor 1A, 1B en 1e afdeling VV, en via het Competitions Department Voetbal Vlaanderen voor de overige vermelde Vlaamse afdelingen. Voetbal Vlaanderen vraagt om een nieuw terrein, nieuwe verlichting of een herkeuring te melden met clubnaam en complex.

Een oplevermeting door je installateur helpt om de installatie te controleren, maar vervangt de officiële keuring niet. Bewaar de lichtstudie, meetresultaten en het keuringsverslag samen in het clubdossier.

Dit neem je mee naar je bestuursvergadering

Met deze informatie kun je offertes inhoudelijk vergelijken en voorkom je dat de discussie alleen over de aankoopprijs gaat.

  • Je huidige afdeling, wedstrijdgebruik en eventuele toekomstplannen.
  • De meest recente lichtmeting en het officiële keuringsverslag.
  • Een lichtstudie met gemiddelde lux, minimumwaarden en uniformiteit.
  • Een controle van bestaande masten, bekabeling en voeding.
  • Afspraken over inregeling, oplevermeting en aanvraag van de officiële keuring.

Van lichtstudie tot plaatsing van lichtmasten

EcoSports kan je begeleiden bij het lichtplan, de keuze van LED-armaturen, de plaatsing van lichtmasten en de inregeling. Ook sturing voor verschillende gebruiksmomenten kan deel uitmaken van het ontwerp.

Wil je weten waar jouw club staat? Bezorg ons je terrein, competitie en bestaande installatie. Dan bekijken we samen wat behouden kan blijven en welke stappen nodig zijn. Op de projectpagina van K. Brecht SK zie je hoe een concreet voetbalproject is uitgewerkt.

Bronnen & achtergrond

Gebaseerd op het officiële KBVB-bondsreglement, geraadpleegd op 3 november 2026. De tabel volgt artikel B6.33; de aanvullende bepalingen staan bij de bronnen hieronder. Bij een nieuwe investering of promotie zijn ook de licentie- en wedstrijdvoorwaarden voor het betrokken seizoen van belang.